Slide background
Slide background
Slide background

Collectieve ongevallenverzekering

Collectieve ongevallenverzekering

Een ongevallenverzekering keert een vooraf afgesproken bedrag uit als de verzekerde blijvend letsel oploopt ten gevolge van een ongeval. Overlijdt de verzekerde, dan krijgen zijn nabestaanden dat bedrag. Het aantrekkelijke van een ongevallenverzekering is dat de verzekeraar altijd uitkeert. Het maakt niet uit of de verzekerde ook nog een andere uitkering krijgt, bijvoorbeeld van zijn ziektekostenverzekering of zijn arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Dat maakt van een collectieve ongevallenverzekering een aantrekkelijke secundaire arbeidsvoorwaarde. Uw werknemers of hun nabestaanden zijn zeker van een uitkering als ze een ongeluk krijgen.

U kunt kiezen tussen een collectieve ongevallenverzekering

  • op kapitaalsbasis: dan krijgt iedereen dezelfde uitkering, of
  • op salarisbasis: dan is de uitkering afhankelijk van het salaris van de werknemer.

In het eerste geval kan hij zelf de hoogte van de uitkering vaststellen. In het tweede geval kan hij aangeven hoeveel keer het jaarsalaris wordt uitgekeerd (1 keer, 2 keer, enzovoort). Uiteraard heeft de keus gevolgen voor de premie. Overigens zal de verzekeraar niet altijd het volledige bedrag uitkeren. Bij gedeeltelijke invaliditeit en/of arbeidsongeschiktheid keert hij een evenredig deel uit.

De verzekering geldt 24 uur per dag, zowel op het werk als in de vrije tijd van uw werknemer.
Het moet echt gaan om een ongeval. De verzekering keert niet uit als de arbeidsongeschiktheid te wijten is aan een ziekte of een gebrek. Een ziekte als spit is vaak weer wél goed voor een uitkering. Het fijne leest u in de polisvoorwaarden.

Uiteraard zijn er gevallen waarin de verzekeraar niet uitkeert. De belangrijkste zijn:

  • als uw werknemer een tweede baan heeft, en het ongeluk overkomt hem als hij daar aan het werk is;
  • als hij het ongeluk bewust heeft uitgelokt of eventjes wilde laten zien wat hij durfde;
  • als het ongeluk het gevolg is van het gebruik van alcohol of verdovende middelen.

Offertedeks.com kan u laten zien wat u voor een collectieve ongevallenverzekering gaat betalen bij verschillende verzekeraars.

Vraag direct een collectieve ongevallenverzekering aan.

WIA Verzekering

De WAO, de Wet op de ArbeidsOngeschiktheid, heeft bestaan van 1 juli 1967 tot eind 2005. Deze werknemersverzekering was bedoeld om een vangnet te bieden voor werknemers die door een handicap of een ernstige ziekte helemaal niet meer konden werken of verminderd inzetbaar waren. Mensen werden voor een bepaald percentage arbeidsongeschikt verklaard. Vanaf 20 procent arbeidsongeschiktheid kregen ze een uitkering van 0,20 maal 80 procent van het laatstverdiende loon. Die uitkering werd hoger naarmate het percentage arbeidsongeschiktheid toenam. Vanaf 80 procent arbeidsongeschiktheid kregen ze de volle 80 procent van het laatstverdiende loon.

Al gauw bleek dat er misbruik werd gemaakt van de WAO. Een WW-uitkering was lager. Bovendien werd op WW''ers veel meer druk uitgeoefend om weer aan het werk te gaan. Als een werkgever van een werknemer af wilde, regelden ze dus vaak samen dat de werknemer op grond van vage klachten (de rug, een burn-out) in de WAO terechtkwam. Zo werd de WAO een soort veredelde WW.
Daarom werd in 1985 de uitkering verlaagd tot 70 procent van het laatstverdiende loon. Bovendien werden de keuringseisen steeds strenger.
Eind 2005 werd de WAO vervangen door de WIA, de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen. De WIA gaat niet uit van wat de werknemer niet meer kan, maar van wat hij nog wel kan.

De WIA heeft twee onderdelen:

  • de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA);
  • de regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA).

De IVA is er voor (ex-)werknemers die voor meer dan 80 procent arbeidsongeschikt zijn. Ze kunnen maar heel weinig of helemaal niet meer werken. Ze krijgen een uitkering van 75 procent van het laatstverdiende loon.
De WGA is er voor werknemers die maar voor een deel arbeidsongeschikt zijn verklaard, en wel tussen 35 en 80 procent. Ook sommige mensen die voor meer dan 80 procent arbeidsongeschikt zijn verklaard, vallen onder de WGA als ze vermoedelijk op termijn weer parttime aan de slag kunnen.

Een WGA'er krijgt:

  • 70 procent van het laatstverdiende loon als hij geen werk heeft;
  • een aanvulling op het loon als hij wel werk heeft. Die aanvulling komt neer op 70 procent van het verschil tussen het oude loon en het loon dat hij zou kunnen verdienen.

Na enige tijd (afhankelijk van de leeftijd) gaat een vervolguitkering in:

  • Wie nog een loon verdient van minstens 50 procent van de resterende verdiencapaciteit, krijgt een loonaanvulling van 70 procent van het verschil tussen het oude loon (met een maximum) en het loon bij volledige benutting van de resterende verdiencapaciteit.
  • Wie minder verdient, of helemaal niets, is doorgaans slechter af. Hij krijgt een uitkering ter hoogte van een bepaald percentage van het minimumloon.
    Dat percentage is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid.
    Wie voor minder dan 35 procent arbeidsongeschikt is, krijgt helemaal geen uitkering.

    Het is voor een werkgever wel mogelijk iets te doen voor werknemers die arbeidsongeschikt worden. Dan moet hij een collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekering afsluiten.

Collectieve ziektekostenverzekering

Collectieve ziektekostenverzekering

Op 1 januari 2006 viel het verschil tussen ziekenfondsverzekerden en particulier verzekerden weg. Vanaf dat moment was er een basisverzekering met de mogelijkheid aanvullende verzekeringen af te sluiten. De basisverzekering is voor iedereen verplicht, maar iedereen heeft wel het recht zelf zijn verzekeraar te kiezen.

Collectieve ziektekostenverzekeringen waren er toen allang. Veel bedrijven boden in samenwerking met een verzekeringsmaatschappij aan hun personeel boven de ziekenfondsgrens een standaardpakket aan. Zelfstandige ondernemers konden zich vaak verzekeren via hun beroepsorganisatie.
Nu het verschil tussen ziekenfonds en particulier is weggevallen, is de doelgroep van een collectieve verzekering veel groter geworden. U kunt de collectieve verzekering nu aanbieden aan iedereen in uw bedrijf, niet langer alleen aan de mensen boven de ziekenfondsgrens. En aan hun gezinsleden natuurlijk. Ook bedrijven die vroeger te klein waren om een eigen collectieve ziektekostenverzekering op te zetten, kunnen dat nu wel, omdat ook de vroegere ziekenfondsverzekerden kunnen meedoen.

Het is de werkgever die met de verzekeraar onderhandelt over de voorwaarden en de premies. Dat biedt de mogelijkheid aan uw werknemers een iets uitgebreider pakket aan te bieden dan alleen maar het basispakket. U kunt op die manier ook mensen laten meeprofiteren die gezien hun gezondheidstoestand eigenlijk niet voor een aanvullend pakket in aanmerking komen. U kunt uw werknemers ook in staat stellen met een premiekorting zelf een aanvullende verzekering af te sluiten bij uw verzekeraar. Aan u de keus of u de premiebetaling via uw administratie laat lopen of het aan uw werknemer overlaat om dit zelf met de verzekeraar te regelen.

Soms schrijft de CAO voor welk deel van de premie voor de collectieve ziektekostenverzekering voor rekening komt van de werkgever. De rest betaalt de werknemer zelf en wordt dus op zijn loon ingehouden. Als de CAO er niets over zegt, kunt u dat zelf vaststellen.
Eén ding mag echter niet: u mag de collectieve ziektekostenverzekering niet verplicht stellen voor het hele personeel. Een werknemer heeft altijd het recht zelf zijn ziektekostenverzekeraar te kiezen. Hij kan daar ook een heel goede reden voor hebben, bijvoorbeeld dat hij liever meedoet aan de regeling die voor de partner geldt.

Bij offertedesk.com kunt u zich oriënteren over de premies die ziektekostenverzekeraars zoal rekenen voor een collectief contract. Hebt u behoefte aan nader advies? Wij kunnen u ook in contact brengen met een deskundige.

Vraag direct een collectieve ziektekostenverzekering aan.

Collectieve zakenreisverzekering

Collectieve zakenreisverzekering

Wanneer mensen van uw bedrijf vaak op zakenreis naar het buitenland gaan, is een collectieve zakenreisverzekering het overwegen waard. Een dergelijke verzekering dekt allerlei onverwachte kosten waarvoor anders het bedrijf zou moeten opdraaien. Bovendien kan de verzekeraar snel dingen voor u regelen waar u zelf uren mee bezig bent omdat u de weg niet zo goed weet. Bijvoorbeeld:

  • De reiziger wordt ziek en moet in het buitenland in een ziekenhuis worden opgenomen.
  • Een familielid van de reiziger wordt ernstig ziek en de reiziger moet halsoverkop terug naar Nederland.
  • Bij aankomst op het vliegveld in de plaats van bestemming blijkt ineens een koffer zoek te zijn.
  • Het openbaar vervoer ter plaatse blijkt minder goed dat we dachten. Er moet snel een huurauto geregeld worden.
  • De reiziger raakt betrokken bij een aanrijding. Hij heeft dringend behoefte aan juridische hulp en aan een tolk, want de communicatie gaat moeizaam.

Vaak geldt een verzekering alleen voor Nederland en moet u extra betalen als u ook buitenlanddekking wilt. Bij de collectieve zakenreisverzekering is het omgekeerd. Die geldt voor het buitenland en u moet vaak bijbetalen als u in Nederland dezelfde dekking wilt.

Een dergelijke uitbreiding van de verzekering kan nuttig zijn als u medewerkers hebt die vaak op bezoek gaan bij klanten of leveranciers. Ook als medewerkers vaak beurzen of congressen bezoeken en wel eens een nachtje overblijven, kan een zakenreisverzekering voor het binnenland handig zijn.

Een collectieve zakenreisverzekering is meestal modulair opgebouwd. Dat wil zeggen dat de verzekering is opgesplitst in kleine onderdelen, waaruit u kunt kiezen. De premie is de som van de premies voor de onderdelen die u kiest. Die onderdelen kunnen bijvoorbeeld zijn:

  • Hulp;
  • Medische kosten;
  • Ongevallen;
  • Reisbagage;
  • Rechtsbijstand;
  • Autohulp.

De verzekering is bedoeld voor zakenreizen. Dat betekent dat alles wat ‘in werktijd' gebeurt verzekerd is. Wat de reiziger in zijn vrije tijd doet, is doorgaans niet verzekerd.
Uitgesloten is ook de schade die ontstaat als de reiziger gewond raakt bij relletjes, een opstand of een burgeroorlog. Bij sommige verzekeraars is dit risico tegen een hogere premie wel mee te verzekeren.

Op Offertedesk.com kunt u zien wat u bij verschillende verzekeraars zou betalen voor een collectieve zakenreisverzekering met de door u gekozen onderdelen.

Vraag direct een offerte voor een collectieve zakenreisverzekering aan.

Collectieve pensioenverzekering

U hebt als werkgever verschillende mogelijkheden om te zorgen dat uw werknemers een pensioen opbouwen.

  • Toetreden tot het bedrijfstakpensioenfonds (als dat er is).
  • Een eigen ondernemingspensioenfonds stichten.
  • Een collectieve pensioenverzekering afsluiten bij een verzekeringsmaatschappij.

Uw werknemer vragen of hij zelf een pensioenverzekering afsluit bij een verzekeringsmaatschappij, waarvan u dan de premies betaalt.

In sectoren waarin veel kleine en middelgrote ondernemingen actief zijn, wordt vaak intensief samengewerkt. De ondernemingen sluiten gezamenlijk een CAO af en zetten samen een bedrijfstakpensioenfonds op.

Een eigen ondernemingspensioenfondsen is altijd een stichting en staat formeel los van het moederbedrijf, al zijn er natuurlijk financiële en bestuurlijke banden. Als de onderneming failliet gaat, blijft het pensioenfonds bestaan. Het toezicht op de pensioenfondsen wordt uitgeoefend door de Pensioen- en Verzekeringskamer. Het is geoorloofd de pensioentoezeggingen te herverzekeren bij een verzekeringsmaatschappij.
Het is heel gebruikelijk dat een bedrijf samen met een verzekeringsmaatschappij een eigen pensioenregeling opzet. De verzekeraar noemt dit een B-polis. U kunt uw werknemers in staat stellen individueel toe te treden tot die regeling. U kunt ook een collectieve verzekering opzetten. Dan treedt iedereen toe. Het betekent een veel lagere premie en minder administratieve lasten. Bovendien moet de verzekeraar al uw werknemers accepteren, ook die met een ‘vlekje'.

Als uw werknemers op uw kosten zelf hun pensioen mogen regelen, spreekt de verzekeraar van een C-polis. De werknemer is helemaal vrij in het inrichten van zijn pensioenverzekering. Wel hebt u nog enige zeggenschap dankzij de blokkeringclausule. De werknemer kan zijn rechten als verzekeringnemer niet zonder uw toestemming uitvoeren. Meestal betaalt de werkgever de premies rechtstreeks aan de verzekeringsmaatschappij. Als de werknemer zelf ook een deel betaalt, kan dat leiden tot vervelende situaties in het geval van wanbetaling. Zo'n regeling is niet aan te bevelen.
Wat de opbouw van het pensioen betreft, zijn er drie mogelijkheden:

  • het beschikbare-premie-systeem,
  • het middelloonsysteem en
  • het eindloonsysteem.

Met het beschikbare-premie-systeem wordt het pensioen opgebouwd aan de hand van een staffel. Het einddoel is 70 procent van het loon dat de medewerker verdient na 35 dienstjaren.
Bij het middelloonsysteem wordt elk jaar een percentage (maximaal 2,25 procent) van de pensioengrondslag opgebouwd. Het einddoel is een bepaald percentage van het salaris dat de medewerker tijdens zijn loopbaan gemiddeld verdiend heeft.

Bij het eindloonsysteem is het einddoel een bepaald percentage van het laatstverdiende salaris. Maximaal twee procent van de pensioengrondslag mag als premie worden betaald. Bij een loonsverhoging moet echter extra premie worden betaald over de afgelopen jaren, zodat het pensioen wordt aangepast aan het nieuwe loon. Dit noemt men de backservice.

Offetedesk.com kan u laten zien wat zoal de premies zijn voor een collectieve pensioenverzekering. Overigens is het raadzaam als u eerst deskundig advies inwint over de beste opzet van een pensioenvoorziening. Wij kunnen u in contact brengen met een specialist.

Vraag direct een collectieve pensioenverzekering aan.

Collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekering

In 1993 gingen de WAO-uitkeringen omlaag, de uitkeringen op grond van de Wet ArbeidsOngeschiktheid. Er ontstond een aanzienlijk verschil tussen de WAO-uitkering aan het begin van de arbeidsongeschiktheid en de vervolguitkering. Verzekeraars speelden daarop in met een WAO-hiaatverzekering. Die paste het verschil bij. Veel bedrijven sloten een collectieve WAO-hiaatverzekering voor hun hele personeel af.
 
Toen eind 2005 de WIA, de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen, de WAO verving, werden de meeste WAO-hiaatverzekeringen geruisloos omgezet in een WIA-hiaatverzekering. De verzekering werd nu meestal ‘collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekering'' genoemd.

De WIA bestaat uit twee onderdelen:

  • de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten, de WGA;
  • de regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten, de IVA.

De IVA is bedoeld voor mensen die voor meer dan 80 procent arbeidsongeschikt zijn en weinig of geen kans hebben ooit nog te herstellen. Zij verdienen 75 procent van hun laatstverdiende loon.
De WGA is bedoeld voor werknemers die voor een deel arbeidsongeschikt worden verklaard, en wel met percentages tussen 35 en 80 procent. Ook werknemers die volledig arbeidsongeschikt zijn (voor meer dan 80 procent), maar van wie wordt vermoed dat ze op termijn weer parttime kunnen werken, vallen onder de WGA.

Deze groep krijgt:

  • 70 procent van het laatstverdiende loon als de uitkeringsgerechtigde geen werk heeft;
  • als de uitkeringsgerechtigde wel werk heeft: een aanvulling op het loon ter waarde van 70 procent van het verschil tussen het oude loon en het loon dat hij zou kunnen verdienen.

Na enige tijd (de precieze tijd is afhankelijk van de leeftijd van de WGA'er) wordt de uitkering volgens een ingewikkelde formule omgezet in een lagere uitkering. Dat is de vervolguitkering.
Wie voor minder dan 35 procent arbeidsongeschikt is, krijgt helemaal geen uitkering.

De werknemers die voor minder dan 80 procent arbeidsongeschikt zijn, kunnen er aanzienlijk in inkomen op achteruit gaan. De collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekering is vooral bedoeld voor deze groep werknemers. Er zijn echter ook regelingen waarvan ook werknemers kunnen profiteren die onder de IVA vallen.

Doorgaans begint de collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekering uit te keren wanneer de vervolguitkering ingaat. Die vervolguitkering wordt bijvoorbeeld aangevuld tot een uitkering op basis van 70 procent van het laatstverdiende loon. Let wel: het gaat alleen om de uitkering. Met het loon dat de werknemer eventueel verdient, bemoeit de verzekeraar zich niet.
Een andere mogelijkheid is dat de verzekeraar het totale inkomen, dus loon plus uitkering, aanvult tot 70 procent van het laatstverdiende loon. Een hogere aanvulling is ook mogelijk.

U kunt er ook voor kiezen iets te doen voor de werknemers die voor minder dan 35 procent arbeidsongeschikt zijn. Die krijgen geen uitkering. Vaak gaan ze wel korter werken en soms zijn ze niet meer te handhaven in het bedrijf en vloeien ze af naar de WW. In beide gevallen gaan ze er in inkomen op achteruit. Ook voor deze groep kunt u via de collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekering een uitkering regelen.

Op Offertedesk.com kunt u zien wat een collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekering kost bij verschillende verzekeraars - en niet te vergeten wat die verzekering precies inhoudt. Er zijn grote verschillen!

Vraag direct een collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekering aan.

Aanvraag Verzekering

Een initiatief van:

Diepenhorst